Wat bieden wij? > Geschillenreglement ATA
Geschillenreglement ATA
Artikel 1 - Definities
In dit reglement gelden de volgende definities:
1.
Eiser: de partij die een verzoek tot beslechting als bedoeld in lid 7 van dit artikel met
inachtneming van het bepaalde in artikel 4 voorlegt aan de geschillencommissie.
2.
Verweerder: de wederpartij van eiser.
3.
Geschil: onenigheid over de uitvoering van een opdracht waarbij een ATA-lid
betrokken is, hetzij als opdrachtgever, hetzij als opdrachtnemer. Van een geschil is
te dezen uitsluitend sprake indien de betreffende klacht eerst door de klagende partij
aan de wederpartij is voorgelegd en partijen niet binnen een redelijke termijn tot een
bevredigende oplossing konden komen.
4.
Arbitrageprocedure: de procedure die op grond van dit geschillenreglement
gevoerd wordt en die leidt tot een voor beide partijen bindende uitspraak van het
scheidsgerecht, met de kracht van een arbitraal vonnis.
5.
Geschillencommissie: de geschillencommissie van de ATA, gekozen door de
algemene ledenvergadering van de ATA. Het is de taak van de geschillencommissie
de arbitrageprocedure te begeleiden. De geschillencommissie doet zelf geen
inhoudelijke uitspraken over geschillen.
6.
Scheidsgerecht: een college van drie arbiters, benoemd conform het in artikel 8
bepaalde, dat een uitspraak doet over het geschil in de vorm van een arbitraal vonnis.
7.
Verzoek tot beslechting: een aan de geschillencommissie gericht verzoek tot
beslechting van een geschil als bedoeld in lid 3 van dit artikel.
8.
Arbitragekosten: de kosten die de arbitrage naar het oordeel van het
scheidsgerecht noodzakelijkerwijs meebrengt, alsmede de administratiekosten en
het honorarium en de verschotten van de leden van het scheidsgerecht.
Artikel 2 - Strekking
1. Het geschillenreglement regelt de beslechting van alle geschillen die aan de
geschillencommissie van de ATA worden voorgelegd en waarbij een ATA-lid in de
hoedanigheid van vertaalbureau betrokken is.
2. Indien een ATA-lid als opdrachtnemer bij het geschil betrokken is en de wederpartij
van het ATA-lid schriftelijk instemt met beslechting van het geschil op grond van dit
geschillenreglement als bedoeld in artikel 3, zijn de algemene voorwaarden van de
ATA integraal van toepassing, ook indien deze niet of niet expliciet op de betreffende
opdracht van toepassing zijn verklaard.
3. Geschillen waarover bij de rechter reeds een geding aanhangig is, geschillen
waarover reeds een rechterlijke uitspraak is gedaan en geschillen die uitsluitend
betrekking hebben op incassoproblemen worden niet in behandeling genomen.
Daarnaast is de geschillencommissie bevoegd te weigeren zaken in behandeling te
nemen die naar haar oordeel niet tot haar competentie behoren. Partijen worden van
een dergelijke weigering schriftelijk in kennis gesteld, onder opgave van de redenen.
In dat geval kunnen partijen de kwestie desgewenst bij de burgerlijke rechter
aanhangig maken.
4. Voorzover daarvan niet in dit reglement is afgeweken, geldt het bepaalde in Boek 4
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
5. De plaats van arbitrage is Utrecht.
Artikel 3 - Verplichting tot medewerking en bindende werking
1. Indien de wederpartij van een ATA-lid een geschil wenst te laten beslechten op
basis van dit geschillenreglement, dan is het betreffende ATA-lid verplicht hieraan
mee te werken.
2. Indien een ATA-lid een geschil wenst te laten beslechten op basis van dit
geschillenreglement, dan wordt het verzoek tot beslechting uitsluitend in
behandeling genomen indien de wederpartij van het betreffende ATA-lid schriftelijk
te kennen heeft gegeven hiermee in te stemmen. Indien eiser en verweerder beide
ATA-lid zijn, dan is verweerder echter verplicht aan de arbitrageprocedure mee te
werken.
3. Is een geschil eenmaal aldus in behandeling genomen, dan heeft de uitspraak van
het scheidsgerecht in alle gevallen voor beide partijen de kracht van een bindend
arbitraal vonnis.
Artikel 4 - Verzoek tot beslechting
Een verzoek tot beslechting dient binnen twee maanden na het ontstaan van het geschil
schriftelijk aan de geschillencommissie te worden voorgelegd. Van deze termijn kan
uitsluitend met instemming van beide partijen worden afgeweken. Het verzoek tot
beslechting bevat minimaal de volgende gegevens:
a. naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van eiser;
b. naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van verweerder;
c. een omschrijving van het geschil;
d. eventuele bewijsstukken;
e. een duidelijke omschrijving van de vordering.
Artikel 5 - Aanvang arbitrageprocedure
1. Onmiddellijk na ontvangst van het verzoek tot beslechting bevestigt de
geschillencommissie de ontvangst daarvan schriftelijk aan eiser en verzoekt zij eiser
de in artikel 6.1 bedoelde waarborgsom binnen veertien kalenderdagen op de door
haar gespecificeerde bankrekening te storten. Tevens zendt de geschillencommissie
een afschrift van het verzoek met bijlagen aan verweerder, onder vermelding van het
feit dat de arbitrageprocedure eerst aanhangig is na ontvangst van de in artikel 6.1
bedoelde waarborgsom.
2. Indien verweerder geen ATA-lid is, wordt verweerder tegelijkertijd verzocht binnen
veertien kalenderdagen schriftelijk mee te delen of hij akkoord gaat met beslechting
van het geschil op basis van dit geschillenreglement. Met het verzoek wordt een
exemplaar van dit reglement aan verweerder toegezonden. Is een verweerder die
geen ATA-lid is niet bereid tot medewerking aan beslechting op basis van dit
geschillenreglement, dan kan de arbitrageprocedure geen doorgang vinden. In dat
geval kan eiser de kwestie desgewenst bij de burgerlijke rechter aanhangig maken.
Artikel 6 - Waarborgsom
1. Voordat een verzoek tot beslechting in behandeling wordt genomen, dient eiser ter
dekking van de arbitragekosten een waarborgsom te storten op de door de
geschillencommissie te specificeren bankrekening. De hoogte van de waarborgsom
bedraagt EUR 500. Indien daar vanwege de bijzondere omstandigheden van een
geschil aanleiding toe bestaat, is de geschillencommissie van de ATA bevoegd in
redelijkheid een ander bedrag vast te stellen.
2. Zolang de verschuldigde waarborgsom niet is voldaan, vindt de arbitrageprocedure
geen doorgang.
3. Indien eiser de verschuldigde waarborgsom niet tijdig voldoet, ook niet binnen
veertien kalenderdagen na daartoe schriftelijk door de geschillencommissie te zijn
aangemaand, dan wordt het verzoek tot beslechting geacht te zijn ingetrokken.
Beide partijen worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
4. Indien daartoe naar de mening van het scheidsgerecht aanleiding bestaat, kan de
geschillencommissie in elk stadium van de arbitrageprocedure een door het
scheidsgerecht vast te stellen aanvulling van de waarborgsom vorderen.
5. Indien eiser de door hem verschuldigde aanvullende waarborgsom niet tijdig voldoet,
ook niet binnen veertien kalenderdagen na daartoe schriftelijk door de
geschillencommissie te zijn aangemaand, dan wordt het verzoek tot beslechting
geacht alsnog te zijn ingetrokken. Beide partijen worden hiervan schriftelijk op de
hoogte gesteld. In dat geval wordt de door eiser gestorte waarborgsom aan hem
geretourneerd, onder aftrek van de reeds in verband met zijn verzoek tot beslechting
gemaakte kosten.
6. Het scheidsgerecht bepaalt in zijn uitspraak voor rekening van welke partij(en) de
kosten van de arbitrageprocedure komen. Het scheidsgerecht kan ook besluiten tot
gelijke verdeling van de kosten over ieder der partijen. Indien eiser geheel in het
gelijk wordt gesteld, kan het scheidsgerecht bepalen dat de gestorte waarborgsom
geheel aan eiser dient te worden terugbetaald en dat de daaruit bestreden kosten
voor rekening van verweerder komen.
7. De geschillencommissie en het scheidsgerecht zijn niet gehouden tot enige betaling
van kosten die niet door een waarborgsom zijn gedekt.
8. Over het bedrag van de gestorte waarborgsom wordt geen rente vergoed.
9. Bij intrekking van de vordering zal de geschillencommissie alle door haar en het
scheidsgerecht in verband met het geschil gemaakte kosten die niet door een
waarborgsom zijn gedekt op eiser verhalen.
Artikel 7 - Aanwijzing arbiters
1. Onmiddellijk na ontvangst van de waarborgsom als bedoeld in artikel 6.1, verzoekt
de geschillencommissie eiser en verweerder schriftelijk om elk binnen dertig
kalenderdagen één ter zake van het geschil deskundige persoon aan te wijzen die
bereid is als arbiter op te treden, en de geschillencommissie binnen genoemde
termijn van dertig kalenderdagen schriftelijk in kennis te stellen van de naam, het
adres, de woonplaats, het telefoonnummer, het faxnummer en het e-mailadres van
die persoon.
2. Indien eiser nalatig blijft tijdig een arbiter als bedoeld in lid 1 van dit artikel aan te
wijzen, ook na daartoe door de geschillencommissie schriftelijk te zijn aangemaand,
dan wordt het verzoek tot beslechting geacht te zijn ingetrokken. Beide partijen
worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. In dat geval wordt de door eiser
gestorte waarborgsom aan hem geretourneerd, onder aftrek van de reeds in
verband met zijn verzoek tot beslechting gemaakte kosten.
3. Indien verweerder geen ATA-lid is en ook na daartoe door de geschillencommissie
te zijn aangemaand nalatig blijft tijdig een arbiter als bedoeld in lid 1 van dit artikel
aan te wijzen, dan wordt de schriftelijke instemming van verweerder als bedoeld in
artikel 3 geacht te zijn ingetrokken en vindt de arbitrageprocedure geen doorgang.
Beide partijen worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. De waarborgsom
wordt dan aan eiser geretourneerd en eventueel reeds gemaakte kosten worden op
verweerder verhaald. In dat geval kan eiser de kwestie desgewenst bij de burgerlijke
rechter aanhangig maken.
4. Indien verweerder ATA-lid is en ook na daartoe door de geschillencommissie te zijn
aangemaand nalatig blijft tijdig een arbiter als bedoeld in lid 1 van dit artikel aan te
wijzen, dan wijst de geschillencommissie namens het betreffende ATA-lid een
onafhankelijke deskundige als arbiter aan en wordt de arbitrageprocedure gevoerd
alsof die arbiter aangewezen was door het betreffende ATA-lid.
Artikel 8 - Scheidsgerecht
1. De twee in overeenstemming met het bepaalde in artikel 7 aangewezen arbiters
wijzen in onderling overleg een derde arbiter aan. Indien zij omtrent deze aanwijzing
niet binnen veertien kalenderdagen na zelf als arbiter aangewezen te zijn tot
overeenstemming kunnen komen, dan wordt de derde arbiter, op eenvoudig
verzoekschrift van de meest gerede partij, aangewezen door de voorzitter van de
Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Utrecht en omstreken.
2. De drie aldus aangewezen arbiters vormen tezamen het scheidsgerecht dat ten
aanzien van het betreffende geschil een uitspraak zal doen die als een voor alle
partijen bindend arbitraal vonnis geldt. De arbiters wijzen uit hun midden een
voorzitter aan.
3. Het scheidsgerecht kan aan partijen de gelegenheid geven hun standpunten in een
zitting mondeling toe te lichten, doch is daartoe niet verplicht.
4. Het scheidsgerecht kan, al dan niet op verzoek van één van partijen, conform de
wettelijke bepalingen:
- bepalen dat schriftelijke stukken of andere voorwerpen, die het scheidsgerecht
voor het geschil relevant acht, worden overgelegd;
- getuigen horen;
- deskundigen horen;
- bepalen dat partijen persoonlijk verschijnen voor het geven van inlichtingen dan
wel om een vergelijk te beproeven.
5. Het scheidsgerecht beslist als goede mannen en vrouwen naar billijkheid, tenzij
tussen alle partijen schriftelijk is overeengekomen te beslissen volgens de regelen
van het recht.
6. In alle gevallen houdt het scheidsgerecht bij de beslissing rekening met de
toepasselijke handelsgebruiken.
Artikel 9 - Arbitraal geding en vonnis
1. Het scheidsgerecht voert het arbitraal geding op de wijze als door het
scheidsgerecht bepaald, in overeenstemming met dit geschillenreglement en het
bepaalde in artikel 1036 e.v., boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering.
2. Indien bij het geschil een Taalmerkbureau betrokken is, dient de Commissie
Taalmerk hiervan op de hoogte te worden gesteld conform het bepaalde in
paragraaf 4 van het Keurmerkreglement.
3. De partijen worden op voet van gelijkheid behandeld. Het scheidsgerecht geeft
iedere partij de gelegenheid voor haar rechten op te komen en haar stellingen voor
te dragen.
4. Het scheidsgerecht wijst zijn vonnis zo spoedig mogelijk, doch de bepaling van het
tijdstip waarop het vonnis zal worden gewezen, is het scheidsgerecht voorbehouden.
5. Arbitraal hoger beroep van een arbitraal vonnis is niet mogelijk.
6. Het vonnis wordt gewezen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 1057,
boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
7. Het vonnis wordt in viervoud op schrift gesteld en door ieder van de arbiters
ondertekend. Zodra het scheidsgerecht tot een vonnis is gekomen, stelt het de
geschillencommissie daarvan in kennis en zendt het de vier originele exemplaren
onmiddellijk aan de geschillencommissie.
8. De geschillencommissie zendt daarop onmiddellijk aan eiser en verweerder per
aangetekende brief een exemplaar van het vonnis en indien een Taalmerkbureau bij
het geschil betrokken is, zendt de geschillencommissie tevens een fotokopie van het
vonnis aan de Commissie Taalmerk.
9. Het derde exemplaar van het vonnis wordt door de geschillencommissie
gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Utrecht, conform het bepaalde in artikel
1058, lid 1 sub b, boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Onmiddellijk na deze deponering stelt de geschillencommissie de partijen en ieder
van de leden van het scheidsgerecht schriftelijk in kennis van de datum van
deponering.
10. Het vierde exemplaar van het vonnis blijft gedurende tien jaren berusten in het
archief van de geschillencommissie. Eiser en verweerder kunnen de
geschillencommissie gedurende die periode verzoeken tegen vergoeding van kosten
een afschrift van het vonnis af te geven.
11. Het vonnis bevat in elk geval de gegevens bedoeld in artikel 1057, lid 4, Boek 4 van
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, alsmede de vaststelling van en
veroordeling tot betaling van de arbitragekosten.
12. Het vonnis kan tevens inhouden:
a. de enkele vaststelling van de hoedanigheid of van de toestand van zaken;
b. de enkele bepaling van de hoogte van een schadevergoeding of van een
verschuldigde geldsom.
13. Van een van de meerderheidsbeslissing afwijkende opvatting van een arbiter wordt
in het vonnis geen melding gemaakt.
14. Het arbitrale vonnis is bindend voor partijen met ingang van de dag waarop het is
gewezen. Door mee te werken aan beslechting van een geschil conform dit
geschillenreglement worden partijen geacht de verplichting op zich te hebben
genomen het vonnis onverwijld na te komen.
15. Het scheidsgerecht kan bepalen, in afwijking van het in artikel 11 van dit
geschillenreglement bepaalde, dat de uitspraak openbaar is indien het algemeen
belang hierdoor gediend wordt.
16. Nadat het arbitrale vonnis gewezen is, wordt het scheidsgerecht ontbonden.
Artikel 10 - Arbitraal schikkingsvonnis
1. Indien partijen gedurende het geding tot een vergelijk komen, kan op hun
gezamenlijk verzoek de inhoud daarvan in een arbitraal schikkingsvonnis worden
vastgelegd. Het vonnis wordt in dat geval door partijen medeondertekend.
2. Het arbitrale schikkingsvonnis geldt als een arbitraal vonnis.
3. Op een arbitraal schikkingsvonnis is het bepaalde in artikel 1069, boek 4 van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
Artikel 11 - Geheimhouding
Een ieder die in het kader van een verzoek tot beslechting kennis draagt van een
geschil is verplicht tot absolute geheimhouding omtrent het bestaan en de inhoud van
het geschil, behalve voorzover daarover in het kader van de beslechting
gecommuniceerd dient te worden.
Artikel 12 - Uitsluiting van aansprakelijkheid
De ATA, de leden van de geschillencommissie in persoon en/of arbiters zijn niet
aansprakelijk voor enig handelen of nalaten met betrekking tot een arbitrage waarop dit
reglement van toepassing is.
Artikel 13 - Onvoorziene zaken
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de ATA in
overleg met de geschillencommissie, desgewenst na raadpleging van de algemene
ledenvergadering. Gedurende de loop van een arbitrageprocedure zullen dergelijke
beslissingen worden genomen in overleg met het scheidsgerecht.
Artikel 14 - Wijziging
1. Wijziging van dit geschillenreglement is uitsluitend mogelijk bij besluit van de
algemene ledenvergadering van de ATA met volstrekte meerderheid van de geldig
uitgebrachte stemmen, mits de wijziging in de oproep tot de desbetreffende
vergadering werd aangekondigd.
2. Het gewijzigde reglement wordt van kracht op de dag nadat het door de algemene
ledenvergadering is vastgesteld. Op arbitrages die op de dag van inwerkingtreding
van het gewijzigde reglement reeds aanhangig waren, is het gewijzigde reglement
niet van toepassing.
Dit geschillenreglement is op 25 februari 2003 vastgesteld door de algemene
ledenvergadering van de ATA.